Blaupunkt Navigatie
Voor de eerste positiebepaling heeft elk navigatiesysteem een GPS-systeem nodig (Global Positioning System) dat de plaats van het voertuig localiseert. Dit systeem meet de tijd die de satellietsignalen nodig hebben om tot bij de GPS-antenne te komen. Om een positiebepaling van het voertuig te verkrijgen, zijn er signalen van tenminste drie verschillende satellieten vereist. Dan kan de GPS-ontvanger van het navigatiesysteem de ontvangen gegevens vergelijken met die van een digitale kaart die op een CD-Rom of andere gegevensdrager zijn opgeslagen en een positie berekenen met een precisie van zowat 10 tot 15 meter. Dergelijke precisie is echter nog niet voldoende voor een perfecte wegbegeleiding.
Om de positie nog exacter en preciezer te kunnen bepalen, zijn er verdere sensorgegevens noodzakelijk. Daarvoor wordt meestal het signaal van de tachograaf gebruikt of een speciale snelheidssensor. Via de rijsnelheid kan de afgelegde weg tijdens het interval worden berekend. Het systeem herkent zelfs kleine richtingsveranderingen, dankzij een in het apparaat geïntegreerde draaihoeksensor (gyroscoop). De gyroscoop werkt volgens het traagheidsprincipe: in scherpere bochten is de beweging van de gyroscoop groter dan tijdens de lange bochten van de snelweguitritten. Dankzij deze gekoppelde positiebepalingstechniek, die vertrekt van de startpositie, wordt de huidige positie van het voertuig voortdurend herberekend, rekening houdend met de afgelegde weg tijdens het interval en met alle richtingsveranderingen, tot een precisie van 3 meter.
Het is echter het samenspel van de verschillende gegevens dat bepalend is voor de precisie van de routebegeleiding. De intelligente softwareprogramma‘s van Blaupunkt vergelijken permanent de posities die door de GPS werden bepaald, de signalen die uitsluitsel geven over de door het voertuig afgelegde afstand en de richtingssignalen met de gegevens van de digitale kaart. Dit procédé wordt „map-matching“ genoemd. Nadat de bestemming werd ingevoerd wordt vervolgens de route van de huidige positie van het voertuig naar het punt van bestemming voor de eerste maal berekend, in functie van de wensen van de bestuurder. In de loop van het traject naar dat punt toe herberekent het navigatiesysteem constant, via de gekoppelde positiebepaling en de map-matching, de meest recente precieze positie van het voertuig. Indien dit laatste afwijkt van het vooraf bepaalde traject, herberekent het systeem automatisch een nieuwe optimale reisweg.
Voor de eerste positiebepaling heeft elk navigatiesysteem een GPS-systeem nodig (Global Positioning System) dat de plaats van het voertuig localiseert. Dit systeem meet de tijd die de satellietsignalen nodig hebben om tot bij de GPS-antenne te komen. Om een positiebepaling van het voertuig te verkrijgen, zijn er signalen van tenminste drie verschillende satellieten vereist. Dan kan de GPS-ontvanger van het navigatiesysteem de ontvangen gegevens vergelijken met die van een digitale kaart die op een CD-Rom of andere gegevensdrager zijn opgeslagen en een positie berekenen met een precisie van zowat 10 tot 15 meter. Dergelijke precisie is echter nog niet voldoende voor een perfecte wegbegeleiding.
Om de positie nog exacter en preciezer te kunnen bepalen, zijn er verdere sensorgegevens noodzakelijk. Daarvoor wordt meestal het signaal van de tachograaf gebruikt of een speciale snelheidssensor. Via de rijsnelheid kan de afgelegde weg tijdens het interval worden berekend. Het systeem herkent zelfs kleine richtingsveranderingen, dankzij een in het apparaat geïntegreerde draaihoeksensor (gyroscoop). De gyroscoop werkt volgens het traagheidsprincipe: in scherpere bochten is de beweging van de gyroscoop groter dan tijdens de lange bochten van de snelweguitritten. Dankzij deze gekoppelde positiebepalingstechniek, die vertrekt van de startpositie, wordt de huidige positie van het voertuig voortdurend herberekend, rekening houdend met de afgelegde weg tijdens het interval en met alle richtingsveranderingen, tot een precisie van 3 meter.
Het is echter het samenspel van de verschillende gegevens dat bepalend is voor de precisie van de routebegeleiding. De intelligente softwareprogramma‘s van Blaupunkt vergelijken permanent de posities die door de GPS werden bepaald, de signalen die uitsluitsel geven over de door het voertuig afgelegde afstand en de richtingssignalen met de gegevens van de digitale kaart. Dit procédé wordt „map-matching“ genoemd. Nadat de bestemming werd ingevoerd wordt vervolgens de route van de huidige positie van het voertuig naar het punt van bestemming voor de eerste maal berekend, in functie van de wensen van de bestuurder. In de loop van het traject naar dat punt toe herberekent het navigatiesysteem constant, via de gekoppelde positiebepaling en de map-matching, de meest recente precieze positie van het voertuig. Indien dit laatste afwijkt van het vooraf bepaalde traject, herberekent het systeem automatisch een nieuwe optimale reisweg.


